Onderzoek naar verbaal werkgeheugen van slechthorende en dove kinderen en kinderen met TOS
We hebben onderzoek gedaan naar het verbaal werkgeheugen van 140 slechthorende en dove kinderen en kinderen met TOS. Het onderzoek is uitgevoerd tussen september 2021-2023 en de resultaten zijn daarna verwerkt. Hieronder staat een korte samenvatting.
Het verbaal werkgeheugen is belangrijk voor het tijdelijk vasthouden van informatie voor het kunnen verwerken van gesproken taal. Als je werkgeheugen niet goed functioneert, dan is het lastig om taal te leren. Bij slechthorende of dove kinderen (DSH) of kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is vaak sprake van problemen met hun werkgeheugen. We wilden met het onderzoek sterke en zwakke kanten vaststellen van het werkgeheugen zodat de begeleiding doelgerichter wordt. Bij het onderzoek hebben we samengewerkt met professionals uit zorg & onderwijs en met ervaringsdeskundigen.
Om het onderzoek naar het verbale werkgeheugen goed uit te voeren hebben we gebruik gemaakt van verschillende taken uit bestaande tests. Hierbij waren ook taken in ruis, waarmee een rumoerige situatie wordt nagebootst. We hebben hiermee een grote groep DSH- en TOS-kinderen in de lagereschoolleeftijd onderzocht. De ouders en de behandelaar kregen een uitgebreid verslag met de testscores van hun kind en een behandeladvies.
Het bleek dat vrijwel alle werkgeheugentaken voor beide groepen moeilijk waren, hoewel er binnen de groepen veel variatie was. De DSH-kinderen scoorden relatief gunstiger dan kinderen met TOS. We vonden drie typen werkgeheugen met elk andere sterke en zwakke kanten. Een eerste met relatief sterke automatisering, een tweede met relatief sterk ‘inwendig klankbeeld’ en een derde met relatief sterke verwerkingsmogelijkheden. Opvallend was dat elk werkgeheugentype bij zowel DSH-kinderen als kinderen met TOS voorkwam. Wij vonden dus geen apart DSH-werkgeheugentype en ook geen apart TOS-werkgeheugentype.
Verder vonden wij dat in een rumoerige omgeving het werkgeheugen van beide groepen kinderen minder goed werkt. Het is daardoor bijvoorbeeld moeilijker opdrachten in een drukke klas te begrijpen. Normaal gesproken testen we het werkgeheugen in een rustige situatie, waardoor de mogelijkheden van het werkgeheugen beter lijken dan ze in de dagelijkse rumoerige situatie zijn.
De bevindingen uit het onderzoek hebben we verspreid onder professionals. We gaven een 15-tal presentaties voor groepen leerkrachten, logopedisten, psychologen en onderzoekers van scholen, ambulante diensten en audiologische centra waarvan kinderen hebben deelgenomen. Daarnaast is een onlinecursus gemaakt voor een 7-tal hogescholen en universiteiten en zijn er twee uitgebreide studiedagen bij ONICI (het Belgische Onafhankelijk Informatiecentrum over Cochleaire Implantatie) over werkgeheugen gegeven door de onderzoekers. Op de Pento-website is ook informatie over het onderzoek te vinden.
De informatie aan de professionals is belangrijk om sterke en zwakke kanten van het werkgeheugen van DSH- of TOS-kinderen goed in beeld te krijgen en een gerichte behandeling te kiezen.
We bedanken ZonMw voor de financiering van ons onderzoek.
Pento, Auris en Universiteit Leuven,
Margreet Langereis en Anneke Vermeulen
(30 januari 2025)

